Economie is belangrijk, maar er zijn belangrijker zaken dan economie.

Mijn doel is om aanschouwelijk te maken dat economische ontwikkeling en goed bestuur met elkaar te maken hebben, en vaak niet zonder elkaar kunnen en mogen. Opdat wij kritisch kunnen oordelen over de juistheid van de uitspraak van Bertolt Brecht, ‘Erst kommt das Fressen, dan kommt die Moral’.

Economische ontwikkeling en goed bestuur hebben met elkaar te maken, en kunnen en mogen vaak niet zonder elkaar.

I. Economie, goed bestuur en duurzaamheid

 Simpele explanimation over GovernanceVanaf de economische stagnatie in de jaren 80 is de samenleving doordrongen van het feit dat ondernemerschap een essentiële motor is, noodzakelijk voor economische ontwikkeling. Er wordt discussie gevoerd over de vermeende positieve en negatieve resultaten van dit ondernemerschap voor de samenleving. Deze discussie wordt vaak gevoerd onder de noemer ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ (MVO). In deze discussie ligt het accent op hoe de dimensies doelmatigheid (wat levert het op?), rechtvaardigheid (hoe is de verdeling van de baten en de lasten?), legitimiteit (zijn de activiteiten van de onderneming en de effecten daarvan ook voor niet direct belanghebbenden acceptabel?), duurzaamheid (hoe lang kunnen we er mee doorgaan?) en zingeving (sluiten de handelingen en resultaten aan bij de intrinsieke motivatie van betrokkenen?) zich tot elkaar verhouden.

De discussie over maatschappelijke verantwoordelijkheid vindt haar weerslag in reguleringsopvattingen die momenteel geschaard worden onder het begrip ‘governance’.

Kernvragen

Welke rol spelen ‘ethiek’ (in de zin van zelfsturing) en ‘moraal’ (in de zin van opgelegd gedrag) in de transformatie van ‘governance’ naar ‘good governance’?

Hoe kunnen economische ontwikkeling en goed bestuur elkaar versterken als disciplines die de straat (de materiële werkelijkheid), de universiteit (de op kennis gebaseerde werkelijkheid) en waarden als eigenwaarde, zelfsturing en respect (de immateriële werkelijkheid) met elkaar verbinden om zo betekenis te hebben voor een duurzamer samenleving?

Wat zal de bijdrage daaraan zijn vanuit de leerstoel Global Economy and Governance?

De relatie tussen economische ontwikkeling en goed bestuur kan toegelicht worden vanuit de volgende vier maatschappelijke ontwikkelingen:

a. Aandacht voor het ecosysteem van het ondernemerschap

Talent is een aangeboren capaciteit om competentie te ontwikkelen. Of deze ontwikkeling ook daadwerkelijk plaatsvindt hangt af van veel factoren: persoonsgebonden factoren zoals motivatie, maar ook factoren die verbonden zijn met de omgeving, zoals de beschikbaarheid van hulpbronnen en rolmodellen.

“Ondernemerschap is het creëren van toekomstige waarde. De ondernemer doet dat door het genereren van ideeën, het definiëren van kansen, het proactief inzetten van resources en het daarmee realiseren van een waardepropositie.”

Ondernemerschap is het creëren van toekomstige waarde. De ondernemer doet dat door het genereren van ideeën, het definiëren van kansen, het proactief inzetten van resources en het daarmee realiseren van een waardepropositie.

Ondernemerschap is een competentie waarvan in het maatschappelijk wensdenken de complexiteit wordt onderschat.

mandelaOndernemerscompetentie is te beschrijven als een combinatie van algemene en specifieke kennis, motivatie, persoonlijkheidskenmerken, zelfbeeld, sociale rollen en vaardigheden. Ondernemerschap is een competentie die je reeds jong moet beginnen te leren omdat bij de opbouw ervan persoonlijkheidsvorming en sociaal leren een grote rol speelt.

Meer nog dan voor allerlei honoursprogramma’s op universitair niveau, wil ik daarom een lans breken voor het belang van goed basisonderwijs, dat alle kinderen de mogelijkheid geeft hun talenten in de brede zin te ontwikkelen.

Daarmee is zeker niet gezegd dat alle elementen van de ondernemerscompetentie eenvoudig ‘beleerd’ kunnen worden vanuit een klassiek onderwijsmodel. Juist door – al dan niet door toeval – opgedane ervaringen en geënsceneerde actieve leersituaties worden (toekomstige) ondernemers aangezet tot leren en groeit ook de aanwezigheid van ondernemerscompetenties in de samenleving. Belangrijk, want de aanwezigheid van voldoende ondernemerscompetentie is in een markteconomie van grote maatschappelijke betekenis.

Als ondernemerscompetentie een maatstaf is voor de kwaliteit van handelen van ondernemers, dan is de aanwezigheid van passende ondernemerscompetenties een belangrijke maatstaf voor het succesvol kunnen starten en doorontwikkelen van nieuwe ondernemingen. Ondernemerscompetenties zijn dus een zogenaamde ‘venture resource’.

Met het duiden van een ondernemerscompetentie als een ‘venture resource’ wordt de verbinding gelegd tussen de competenties die liggen op het individuele niveau en competenties die liggen op het organisatieniveau.

Deze verbinding is van groot belang voor ondernemingen die de ambitie hebben zich verder te ontwikkelen dan de reikwijdte van de persoon van de ondernemer (de zogenaamde Zelfstandige Zonder Personeel). Het op deze wijze creëren van ‘een wereld die groter is dan onszelf’ is noodzakelijk voor de vitaliteit van de economie, ontwikkelkansen van toeleveranciers en toekomstige werkgelegenheid. Waardecreatie is dan gericht op creatie van maatschappelijk nut, waarde voor werknemers, toeleveranciers en aandeelhouders.

“Sommige ondernemingen hebben de ambitie zich verder te ontwikkelen dan de reikwijdte van de persoon van de ondernemer. Het op deze wijze creëren van ‘een wereld die groter is dan onszelf’ is noodzakelijk voor de vitaliteit van de economie en toekomstige werkgelegenheid.”

Sommige ondernemingen hebben de ambitie zich verder te ontwikkelen dan de reikwijdte van de persoon van de ondernemer. Het op deze wijze creëren van ‘een wereld die groter is dan onszelf’ is noodzakelijk voor de vitaliteit van de economie en toekomstige werkgelegenheid.

Het scheppen van bestuurlijke condities die duurzame samenwerking tussen stakeholders in het organisatieverband mogelijk maken en verhoudingen met belanghebbende derden reguleren noemt men tegenwoordig wel ‘good governance’.

b. Een meerduidig gebruik van het begrip governance

Kyle Westaway on the value of academic educationHet begrip governance geeft inhoud aan de wijze waarop bestuur en toezicht binnen een organisatie en in de verhouding tot derden is ingericht en functioneert. Inrichting en functioneren van governance is onder meer relevant voor de wijze waarop ondernemerschap is ingebed in de samenleving.

Het moreel appèl van governance bestaat daaruit ervoor te zorgen dat, vanwege diegenen die het bestuurlijk handelen ondergaan, een degelijk patroon van ‘het goede’ wordt verzekerd, terwijl een ongewenst patroon van ‘het slechte’ wordt vermeden.

De actuele aandacht voor het begrip governance laat zich verklaren. Als gevolg van de combinatie van economische specialisatie en globalisering neemt het aantal afhankelijkheidsrelaties tussen allerlei entiteiten toe. Enerzijds wordt ons mentale wereldmodel groter, maar zeker als er incidenten zijn en er dingen mis gaan, neemt onze aandacht voor afhankelijkheid en kwetsbaarheid toe.

c. Strategisch opereren in de netwerkeconomie

Ontwikkelingen in de ecologie, demografie en technologie staan door de eeuwen heen steeds aan de basis van fundamentele veranderingen in de samenleving. Breukvlakken zijn manifestaties van fundamentele veranderingen die zich aftekenen; zij markeren het begin van nieuwe strategische ruimte.

Het invullen van nieuwe strategische ruimte blijkt niet eenvoudig te zijn.

“Creatief en conceptueel denken, en van daaruit ondernemend handelen, is maar weinig mensen gegeven. En voor groepen mensen is dat nog moeilijker om te doen dan voor individuen.”

Creatief en conceptueel denken, en van daaruit ondernemend handelen, is maar weinig mensen gegeven. En voor groepen mensen is dat nog moeilijker om te doen dan voor individuen.

Goede ondernemers hebben in persoonlijkheidstermen een ‘interne locus of control’ en zijn daardoor in staat tot onafhankelijk denken, vanuit die gedachten te ondernemen, en uiteindelijk waarde te creëren in de nieuwe strategische ruimte.

idea-plan-actionBelangrijke ‘value drivers’ in economische ontwikkeling zijn de voordelen van steeds verdergaande specialisatie. Dit is te zien in tal van sectoren in de maatschappij: landbouw, industrie, dienstverlening en gezondheidszorg. De moderne ondernemer is een superspecialist die strategisch onderneemt en (groot of klein) een netwerk bouwt rondom zijn of haar eigen kerncompetentie. Het voordeel van deze strategie is dat de ondernemer niet meer alles hoeft te kunnen, maar kan opereren als onderdeel van een competential framework dat breder is dan de ‘eigen’ onderneming.

De moderne organisatie kan gezien worden als een samenstel van relaties en daaruit voortkomende contracten. Deze contractomgeving is dus -een deel van- de governance waar de moderne ondernemer mee te maken heeft bij het strategisch opereren in de netwerkeconomie.

De kennisgebieden economie, recht en gedragswetenschappen vormen gezamenlijk de interdisciplinaire kennisbasis van het domein governance. We moeten de ethiek, de moraal en hun onderlinge samenhang opnieuw overwegen in het kader van de ontwikkeling van governance modellen voor een duurzamer samenleving.

“We moeten de ethiek, de moraal en hun onderlinge samenhang opnieuw overwegen om governance-modellen voor een duurzamer samenleving te ontwikkelen.”

We moeten de ethiek, de moraal en hun onderlinge samenhang opnieuw overwegen om governance-modellen voor een duurzamer samenleving te ontwikkelen.

d. Van ‘perfecte’ marktwerking naar een moderne institutionele economie

Een van de gebieden waarop de economische wetenschap en de rest van de samenleving elkaar niet lijken te begrijpen is marktwerking. De perfecte marktwerking is in de economische wetenschap een ideaaltypische, dat wil zeggen zuiver theoretische situatie, die helpt bij het uitwerken van redeneringen over het economisch proces, maar in de praktijk nooit voorkomt.

Marktwerking functioneert in de praktijk beter in samenhang met enige vorm van marktordening. Dit inzicht is reeds in 1937 op overtuigende wijze in beeld gebracht door Ronald Coase in zijn boek “The Theory of the Firm”(13). De begrippen ‘markt’, ‘organisatie’ en ‘institutie’ worden daarin uitgewerkt als drie constructen die complementair zijn. Een duurzame vorm van economische ontwikkeling en goed bestuur vraagt om een gecombineerde, evenwichtige inzet van deze drie constructen. De ‘Theory of the Firm’ geeft daarmee de theoretische basis voor de onlosmakelijke verbondenheid van de begrippen economie en governance.

De economische waarde van vertrouwen en de rol van ‘good governance’

In zijn boek ‘Trust’ lanceert Francis Fukuyama het begrip ‘sociaal kapitaal’. Kern van het betoog in dit boek is dat vertrouwen sociaal kapitaal vertegenwoordigt. Op haar beurt is sociaal kapitaal weer een ‘value driver’ voor de ontwikkeling van economisch kapitaal. Dat mechanisme laat zich als volgt expliciteren: in de economie is de verwachte return on investment (ROI) de basis voor het proactief investeren in resources. Ongeacht welk selectiemodel er gebruikt wordt heeft investeren alleen zin als de ROI de kosten van de investering naar verwachting overstijgt. Deze verwachtingswaarde wordt negatief beïnvloed als er onzekerheid is over de moraliteit van het gedrag van betrokken partijen. De perceptie van slecht moreel gedrag, door corruptie of ‘moral hazard’, belemmert de ontwikkeling van de economie. De waarde van ‘good governance’ is nu daarin gelegen, dat zij goed moreel gedrag tracht te bevorderen, slecht moreel gedrag tracht te beteugelen en daarmee het vertrouwen tracht te creëren bij de participanten in het economisch proces.

“Inspanningen in good governance leiden, door het vertrouwen dat daarmee gecreëerd wordt, tot de opbouw van sociaal en ook economisch kapitaal.”

Inspanningen in good governance leiden, door het vertrouwen dat daarmee gecreëerd wordt, tot de opbouw van sociaal en ook economisch kapitaal.

II. Een eigentijdse universiteit

Thought leadership

Een universiteit is in de eerste plaats een scolae, een gemeenschap van studenten. De kerntaak van de universiteit is om studenten begrip bij te brengen van de complexe werkelijkheid om hen heen. Maar het zit ook in de mens om kennis te willen gebruiken om deze werkelijkheid in enigerlei zin te beïnvloeden.

Aan dragers van kennis, zoals academici en de academische instituties waar zij worden opgeleid, worden daarom hoge eisen gesteld in termen van onafhankelijkheid en kritisch vermogen.

In de bijdrage die een universiteit dan kan leveren aan een samenleving gaat het juist om de verwerkelijking van deze waarden. Daar is naast het vermogen om academisch onderwijs te geven en wetenschappelijk onderzoek te doen zowel enige moed voor nodig als bestuurlijke kwaliteit. Noem het ‘thought leadership’. Ik hoop als maatschappijhoogleraar hieraan een bijdrage te kunnen leveren en laat mij inspireren door ‘Socrates op de markt’. Het universitaire werk en de samenleving staan daar dicht bij elkaar.

Academic entrepreneurship

academic-entrepeneurshipICUC staat als maatschappelijke onderneming voor de uitdaging van het ‘academic entrepreneurship’. Een belangrijke basis voor elk ondernemerschap is het vinden van een ‘competential framework’. Onder competential framework kan worden verstaan de organisatie van bronnen van toekomstige waardecreatie.

De uitdaging is natuurlijk wat daar vanuit academic entrepreneurship aan toegevoegd kan worden. Daar zijn drie dingen over te zeggen:

a. Doorontwikkeling tot een speler met impact in deze wereldregio

Dit perspectief is in beeld als ICUC in de nabije toekomst weet in te spelen op de behoefte aan executive education voor het specifieke segment van professionals in dit gebied. Overal ter wereld is executive eduction een niche die eigenlijk alleen maar door daarin gespecialiseerde organisaties succesvol bediend kan worden. ICUC heeft deze specialisatie reeds en daarin ook een goede reputatie opgebouwd. De eerder beschreven geografische positie van Curaçao te midden van Europa, Noord-Amerika en Zuid-Amerika is voor ICUC een sterke uitgangspositie als zij deze positie combineert met verdere ontwikkeling van haar netwerk aan onderwijspartners in genoemde continenten. ICUC kan dan naar inhoud, vorm en locatie ‘blended learning’ aanbieden voor de professionals in de Cariben, Colombia en Venezuela.

b. Vorming van een onderzoeksagenda voor het Caribisch gebied

Een onderzoeksagenda kan ICUC ook als een relevant onderzoeksinstituut betekenis geven. Deze onderzoeksagenda kan vergelijkende studies initiëren naar voor het Caribisch gebied bruikbare theorieën en praktijken vanuit de continenten Noord-Amerika, Zuid-Amerika en Europa. In het bijzonder gaat het dan om diversity in governance-modellen in de verschillende werelddelen. Het moge duidelijk zijn dat gezien de huidige belangstelling in het ‘wereldeconomisch forum’ voor Zuid-Amerika en het steeds verder uiteenlopen van de economische ontwikkelingen tussen Noord-Amerika en Europa, dit een relevant vraagstuk is.

c. Een bijdrage leveren aan het ecosysteem van het ondernemerschap

siliconen-valleiDe universiteiten in de mondiale top twintig zijn veel meer dan instituten voor onderwijs en onderzoek: zij vormen de kern van clusters die veel waarde toevoegen aan de samenleving.

Het concept ‘cluster’ is door Michael Porter beschreven in zijn boek “The Competitive Advantage of Nations”. Het begrip cluster wordt daarin in eerste instantie geduid in termen van ontstane synergievoordelen tussen verwante bedrijven, waar instellingen als universiteiten aan kunnen zijn toegevoegd. Het bekendste voorbeeld van een dergelijke cluster is het eerder genoemde Silicon Valley. De daar ontstane combinatie van universitaire kennisontwikkeling, ondernemerscompetentie en private equity is een geweldige motor, die een inspiratiebron is voor vele (potentiële) kennisenclaves in de wereld.

“In de moderne economie gaat het om een combinatie van zowel materiële als immateriële assets: creativiteit, ondernemerschap en identificatie. Zo’n ecosysteem is niet vanaf de tekentafel te ontwerpen.”

In de moderne economie gaat het om een combinatie van zowel materiële als immateriële assets: creativiteit, ondernemerschap en identificatie. Zo’n ecosysteem is niet vanaf de tekentafel te ontwerpen.

Maar het is voor de toekomst van Curaçao en ICUC wel van belang om het laten ontstaan van een dergelijke ‘Caribbean Entrepreneurship en Innovation Plaza’ na te streven.

De afwezigheid van doorbraaktechnologieën maakt duidelijk dat de value driver vooral in ‘human capital’ gezocht moet worden.

Onderwijs en onderzoek

San Jose, hoofdstad van Silicon ValleyDe ambitie is om vanuit de wetenschapsgebieden economie en bedrijfskunde, gecombineerd met mijn ervaring als ondernemer, en mijn ervaring met de governance van de straat, een bijdrage te leveren die getypeerd zou kunnen worden als innovatie door het scheppen van ‘neue Kombinationen’ (33): Vernieuwend onderwijs aan executives, gecombineerd met ondersteuning van hun ondernemerschap op de ‘Caribbean Entrepreneurship & Innovation Plaza’.

Daaraan toegevoegd een door onderzoek ondersteunde maatschappelijke bijdrage aan een ‘diversity in governance’ die het individuen mogelijk maakt strategisch te opereren in de netwerkeconomie en die het de maatschappij mogelijk maakt daarvan te profiteren in termen van brede, duurzame ontwikkeling van welzijn en welvaart.

Een moderne hoogleraar is niet alwetend, maar formuleert slechts de goede vragen. Ik ben geen onderzoekshoogleraar, maar een maatschappijhoogleraar.

Het onderzoek dat ik initieer zal ook bij maatschappelijke probleemstellingen vertrekken. Het gaat om twee programma’s: New Business Lab en Diversity in Governance.

In het programma ‘New Business Lab’ gaat het om het opzetten van een ‘incubator’. Een incubator is een ‘broedmachine’ waar mensen met een idee voor een nieuwe business een omgeving kunnen vinden die een versnelde kans op leren en daarmee een verhoogde kans op succes creëert. Dit ‘competential framework’ bestaat uit diverse dragers en vormen van kennis, praktijkervaring en geld.

In het programma ‘Diversity in Governance’ gaat het om het zoeken naar bruikbare concepten en praktijken om de governance van organisaties in het Caribisch gebied, waar gewenst, verder te ontwikkelen. Door globalisering treedt er steeds meer meerduidigheid in governance-situaties op. Verschillende governance-modellen uit verschillende werelddelen (respectievelijk het Angelsaksisch, het Rijnlands en het Aziatisch besturingsmodel) kunnen gebruikt worden als analysekader voor onderzoek naar een bruikbare ‘diversity in governance’.

III. Naar een opwaartse spiraal

SpiralingEconomische ontwikkeling kan slechts plaatsvinden als individuele ondernemers waarde creëren door grenzen te verleggen. Al doende transformeren zij hun talent tot een ondernemerscompetentie, waarmee zij investeren in een wereld die groter is dan henzelf. De voortschrijdende globalisering en verschuivingen in de wereldeconomie plaatsen dit proces op een open platform.

Deze economische ontwikkeling kan slechts standhouden als individuele ondernemers daar op een duurzame manier invulling aan geven. Een duurzame economie is geen kostenpost maar is een ‘asset’. Een ‘green economy’ die mede gedragen wordt door een circulaire economie binnen de lokale samenleving noemt met wel een ‘blue economy’. In zo’n ‘blue economy’ wordt het volledig (her)gebruik van resources gestimuleerd. Door allerlei vormen van lokaal ondernemerschap wordt ‘underutillisation of resources’ vermeden en komt een meer ecologisch verantwoorde levensstijl voor meer mensen binnen bereik.

The Blue economyGood governance schept een klimaat waarin talent zich kan ontwikkelen tot ondernemerschap om van daaruit een brede bijdrage te kunnen leveren aan de samenleving. Goed gebruik van universitaire kennis kan helpen bij het ontwikkelen van handelingsprincipes en –praktijken in de samenleving, zowel in de ontwerp- als in de reflectiefase. Good governance genereert het vertrouwen van waaruit ondernemers bereid zijn te investeren in zichzelf, het netwerk van ondernemingen en de maatschappelijke omgeving. Good governance is een uiting van beschaving en staat daarmee voor een ethisch kader, van waaruit duurzaam gedrag uitgangspunt wordt, een vanzelfsprekendheid. Want iedere beschaving wil zich handhaven, dat heeft de geschiedenis wel geleerd.

Ik rond af vanuit de overtuiging dat economische ontwikkeling en good governance, op de weg naar een duurzame samenleving, onomkeerbaar met elkaar verweven zijn, niet zonder elkaar kunnen en elkaar kunnen versterken. Immers slechts een maatschappelijke omgeving die veiligheid en vertrouwen creëert, motiveert mensen om over grenzen te kijken, verbinding aan te gaan met anderen en zich te richten op een wereld die groter is dan henzelf.

En voor wat betreft de uitspraak van Bertolt Brecht (‘Erst kommt das Fressen, dan kommt die Moral’), waarmee ik deze rede begon: dit betoog leert, dat bij een goed diner er tenminste sprake is van een wisselwerking tussen materiële en immateriële waarden.

Share on LinkedInTweet about this on TwitterGoogle+Share on Facebook